KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Kinderen

Foto: Roel Wijnants/Flickr.com [Foto: Roel Wijnants/Flickr]

Het aantal kinderen dat jaarlijks in ons land wordt geboren schommelde in de afgelopen eeuw tussen de 160 en 210 duizend. Een uitzondering was de naoorlogse geboortegolf met in 1946 een absoluut record van 284 duizend levendgeborenen. Na deze “babyboom” begon het aantal geboorten in het begin van de jaren zeventig snel te dalen. In 2013 zagen 171 duizend kinderen het levenslicht in ons land. Ook omdat de recente geboortegeneraties nauwelijks kleiner worden is duidelijk dat Nederland de fase van de ontgroening van de leeftijdsopbouw is gepasseerd. Het aandeel ouderen (vergrijzing) loop wel op.

Ook het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw tijdens haar leven krijgt is de afgelopen eeuw sterk gedaald. Rond het jaar 1900  kregen Nederlandse vrouwen nog gemiddeld 4,5 kinderen. Op de toppen  van de geboortegolf was dit gedaald tot gemiddeld 3 kinderen per vrouw. Sinds de jaren zeventig is de geboortedaling in ons land tot stilstand gekomen en is het niveau min of meer stabiel, schommelend rond de 1,7 á 1,8 kinderen per vrouw (ook wel leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer of TFR: total fertility rate).

Europese vrouwen krijgen tegenwoordig gemiddeld 1,5 kind, met grote uitschieters per land. Daarmee ligt het Europese vruchtbaarheidsniveau ruim onder het zogenoemde ”vervangingsniveau”  (van 2,1 kinderen per vrouw), waarbij een generatie uiteindelijk wordt vervangen door een even talrijke, ten minste als wordt afgezien van migratie. De huidige vruchtbaarheidsniveaus maken aannemelijk dat voor Nederland en Europa bevolkingskrimp in het verschiet ligt. Op wereldschaal is het vruchtbaarheidsniveau 2,5 kinderen per vrouw, weer met grote uitschieters per land.

Lees ook

Gijs Beets & Frans van Poppel (2015),
Nederlandse geboortepatronen in historisch perspectief Demos 31 (4), p. 4-7.
Gijs Beets & Arie de Graaf (2015),
Kinderwens stabiel; geen trendbreuk in zicht Demos 31 (3), p. 1-3.
Anne Gauthier (2014),
Van voorloper tot achterblijver; 100 jaar zwangerschapsverlof in Nederland Demos 30 (9), p. 1-4.
Arie de Graaf & Gijs Beets (2014),
Gemiddeld is een vrouw 12 jaar aan de pil Demos 30 (6), p. 1-3.
Nico van Nimwegen (2013),
Historische ommekeer? Daling kindertal lijkt ten einde Demos 29 (6), p. 1-3.
Karolijne van der Houwen & Linda Moonen (2013),
Ouders tijdelijk gelukkiger rond geboorte eerste kind Demos 29 (6), p. 8.
Simon de Bruijn, Martijn Hogerbrugge & Eva-Maria Merz (2013),
Kinderen willen en kinderen krijgen Demos 29 (1), p. 5-7.

Feiten en cijfers

Geboorten en kindertal, Nederland, 1900-2015

 


Jaar Aantal
levend-
geborenen
Bruto
geboorte-
cijfer
Gemiddeld
kindertal
per vrouw
Gemiddelde
leeftijd
moeder*
  (x 1,000)
2015   171 10,1 1,7 29,6
2010 184 11,1 1,8 29,4
2000 207 13,0 1,7 29,1
1990 198 13,2 1,6 27,5
1980 181 12,8 1,6 25,6
1970 239 18,3 2,6 24,3
1960 239 20,8 3,1 25,6
1950 230 22,7 3,1 26,4
1900 163 31,6 4,5

* bij geboorte eerste kind

 

Bron: CBS & Volkstellingen.

Grafiek

Totaal vruchtbaarheidscijfer (TFR), Nederland, 1950-2013

 

Totaal vruchtbaarheidscijfer (TFR), Nederland, 1950-2013

 

Bron: CBS.



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken