KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Vergrijzing

Vergrijzing is waarschijnlijk een van de meest gebruikte demografische termen op tal van terreinen in het maatschappelijk debat. Vergrijzing is al jaren een vast onderwerp in discussies over de toekomst van bijvoorbeeld ons pensioenstelsel, de gezondheidszorg, krimpgebieden en de woningmarkt. Maar wat verstaan we nu precies onder vergrijzing?

Foto: James Cridland/Flickr.com [Foto: James Cridland/Flickr]

Definitie
Vergrijzing van de bevolking is het proces waarbij de leeftijdsopbouw van de bevolking verandert en het aandeel van oudere leeftijdsgroepen groter wordt, waardoor de gemiddelde leeftijd van de bevolking toeneemt.

Wat is het?
De veranderingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking voltrekken zich aan twee fronten. Vergrijzing begint doorgaans met het afnemen van het aantal jongeren in de bevolking (in absolute aantallen en relatief), ook wel ontgroening genoemd. Vervolgens neemt het aantal ouderen toe (absoluut en relatief): de feitelijke vergrijzing. En natuurlijk veranderen in de loop van dit proces ook de andere leeftijdsgroepen (zoals de beroepsbevolking of de schoolgaande bevolking) in omvang. Ontwikkelingen in de geboorte- en sterftecijfers liggen aan de basis van de vergrijzing; de invloed van migratie is veel kleiner.

Hoe gaat het? Keuze voor kleinere gezinnen ...
De keuze voor kleinere gezinnen en de mogelijkheden om dit te realiseren liggen aan de basis van de vergrijzing. Een Nederlandse vrouw krijgt tegenwoordig gemiddeld 1,7 kind en dit vruchtbaarheidsniveau is al enkele decennia min of meer stabiel. Hiermee scoort Nederland boven het gemiddelde van de Europese Unie van 1,5 kind per vrouw, maar ruim onder het gemiddelde van 2,5 kind per vrouw voor de wereld als geheel. Met dit vruchtbaarheidsniveau neemt de bevolkingsgroei geleidelijk af en veroudert de bevolking.

... en een langer leven zijn de grondslag van de vergrijzing
De sterfteontwikkeling is feitelijk de belangrijkste oorzaak van de vergrijzing. Nederlanders leven gemiddeld steeds langer, mannen gemiddeld bijna 80 jaar en vrouwen 83 jaar. De stijging van de gemiddelde levensduur kwam in het verleden vooral door het terugdringen van besmettelijke ziekten. De winst in levensjaren werd toen vooral aan het begin van het leven geboekt (door de daling van de zuigelingen- en kindersterfte). Tegenwoordig wordt de meeste gezondheidswinst geboekt in de strijd tegen chronische ziekten en daar hebben vooral ouderen meer baat bij. Forse investeringen in hygiëne, voeding en gezondheidszorg liggen aan de basis van deze vooruitgang. Alles wijst erop dat de gemiddelde levensverwachting zal blijven stijgen, alhoewel de meningen uiteenlopen waar de grenzen aan deze groei liggen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat in zijn meest recente bevolkings-prognose uit van een levensverwachting in 2060 van bijna 87 jaar voor mannen en 90 jaar voor vrouwen. Deze cijfers zouden nog hoger liggen indien ongezonde leefgewoonten zoals roken en ongezonde voeding (obesitas) teruggedrongen worden.

De winst in levensverwachting kan worden gezien als de kroon op de inspanningen bij de bestrijding van ziekten en het bevorderen van gezondheid. Kleinere gezinnen zijn (onvrijwillige kinderloosheid buiten beschouwing gelaten) het resultaat van eigen keuzes en mogelijkheden tot geboortebeperking. Al met al is de vergrijzing de vanzelfsprekende uitkomst van deze twee succesvolle demografische ontwikkelingen.

Vergrijzing in cijfers nu...
Rond 1900 was nog bijna de helft (ruim 44 procent) van de Nederlandse bevolking jonger dan 20 jaar, slechts 6 procent 65 jaar of ouder en 0,7 procent 80 jaar of ouder. Anno 2018 is dat beeld behoorlijk veranderd: nog maar 22 procent van de bevolking is jonger dan 20 jaar en bijna 19 procent 65 jaar of ouder; 4,5 procent is zelfs 80 jaar of ouder (zie figuur 1). De gevolgen van de vergrijzing in de periode 1900-2018 zijn ook zichtbaar in de veranderde vorm van de leeftijdsopbouw: van een echte piramide met een brede basis aan kinderen naar een ui-vorm met veel meer ouderen (figuur 2).

Binnen Nederland zijn er grote verschillen tussen gemeenten in de mate van vergrijzing (figuur 3). De sterkst vergrijsde gemeenten zijn vooral de zogenoemde villadorpen zoals Bloemendaal en Wassenaar, stedelijke randgemeenten zoals Amstelveen en Rijswijk, en vele krimpgemeenten in Groningen, Limburg en Zeeland. De minst vergrijsde gemeenten zijn vooral de relatief recent gevormde gemeenten in Flevoland, de diverse universiteitssteden en groeikernen zoals Nieuwegein en Zoetermeer. De gemeente Laren in Noord-Holland kent met 9,9 procent het hoogste en Urk met 1,9 procent het laagste percentage 80-plussers.

Internationaal gezien is Japan het meest vergrijsde land met 26 procent 65-plussers en bijna 8 procent 80-plussers. Daarna volgen vooral Zuid-Europese landen. Wereldwijd is ruim 8 procent van de bevolking 65 jaar of ouder en minder dan 2 procent 80 jaar of ouder. Europa is het meest vergrijsde en Afrika het minst vergrijsde continent. Het minst vergrijsde land is Qatar.

... en in de toekomst
Volgens de bevolkings¬prognose van het CBS zal de vergrijzing zich in de toekomst nog verder voortzetten. Hoewel het aandeel van de jongeren in Nederland waarschijnlijk niet heel veel meer zal afnemen, neemt het aandeel ouderen in de toekomst nog verder toe tot 26 procent 65-plussers en 11 procent 80-plussers in 2060. Van de naar verwachting bijna 18,5 miljoen inwoners in 2060 zullen er 4,8 miljoen 65 jaar of ouder zijn (1,5 miljoen meer dan nu), waarvan 2 miljoen zelfs 80 jaar of ouder (1,2 miljoen meer dan nu). Het aandeel 80-plussers binnen de 65-plussers, een indicator voor de dubbel vergrijzing, neemt daardoor toe van 24 procent nu tot 41 procent in 2060. Het aantal jongeren tussen nu en 2060 blijft vrijwel stabiel (3,8 à 3,9 miljoen mensen jonger dan 20).

Volgens de middenvariant van de meest recente bevolkingsprognose van de Verenigde Naties blijft, met ruim 18 procent 80-plussers rond 2060, Japan ook in de toekomst het meest vergrijsde land, gevolgd door een aantal Zuid-Europese landen en Zuid-Korea. Europa blijft het meest vergrijsde en Afrika het minst vergrijsde continent. Van de naar verwachting ruim 10 miljard wereldbewoners in 2060 zullen er volgens de prognose van de Verenigde Naties 1,8 miljard 65 jaar of ouder zijn (1,2 miljard meer dan nu), waarvan 520 miljoen 80 jaar of ouder. Het aantal 80-plussers op de wereld is dan even groot als de huidige omvang van de totale bevolking van de Europese Unie.

Tot slot
De leeftijdsgrens om de ‘oudere’ bevolking mee af te bakenen is natuurlijk wel arbitrair. We worden steeds ouder en blijven ook steeds langer gezond en actief. Waar de nog altijd veelgebruikte bijna magische grens van 65 jaar in het pensioendebat nog steeds relevant is, ligt op andere terreinen een verhoging van de leeftijdsgrens eerder voor de hand. Gezondheidsproblemen en de daarmee gepaard gaande kosten beginnen bijvoorbeeld pas sterk te stijgen vanaf leeftijd 70-75 jaar. Maar welke hogere leeftijdsgrens we ook nemen, de omvang van de ‘oudere’ bevolking neemt er weliswaar statistisch door af, de vergrijzingstrend gaat onverminderd door.

Lees ook

Peter Ekamper & Nico van Nimwegen (2018),
Demografie in het kort: vergrijzing Demos 34 (6): 4-7.
CBS (2017),
Bevolking in 2016 relatief sterk gegroeid www.cbs.nl, 3 januari 2017.
Gijs Beets & Frans van Poppel (2015),
Nederlandse geboortepatronen in historisch perspectief Demos 31 (4), p. 4-7.

Samenstelling & redactie

Peter Ekamper Nico van Nimwegen

Grafiek

Figuur 1. De leeftijdsverdeling van de bevolking, Nederland, 1900-2018 en prognose 2019-2060

Grafiek

Figuur 2. Bevolkingspiramide, Nederland, 1900, 2018 en prognose 2060

Kaart

Figuur 3. Het percentage 80-plussers per gemeente, Nederland, 2018

Feiten en cijfers

Bevolking naar leeftijdsgroep, Nederland, 1850, 1900, 1950, 2000 en 2018

 


Jaar 1850 1900 1950 2000 2018

Aantal ( x 1.000)
 
0-19 jaar 1.304 2.261 3.742 3.873 3.811
20-39 jaar 944 1.474 2.951 4.762 4.253
40-59 jaar 574 893 2.189 4.354 4.798
60-79 jaar 219 437 1.045 2.376 3.540
80+ jaar 17 35 100 500 779
 
Totaal 3.057 5.100 10.027 15.864 17.181

%
 
0-19 jaar 42,7 44,3 37,3 24,4 22,2
20-39 jaar 30,9 28,9 29,4 30,0 24,8
40-59 jaar 18,8 17,5 21,8 27,4 27,9
60-79 jaar 7,2 8,6 10,4 15,0 20,6
80+ jaar 0,5 0,7 1,0 3,2 4,5
 
Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0

Bron: CBS.

Vergrijzingsmaten

Om de mate van veroudering van een bevolking te meten gebruiken we meestal het percentage ouderen. De leeftijdsgrens is arbitrair en bovendien afhankelijk van de perceptie wat oud is. In het verleden werd de grens meestal gelegd bij 65 jaar, net als bij vergelijkingen tussen landen. Tegenwoordig wordt ook vaak een hogere leeftijdsgrens genomen, bijvoorbeeld 75, 80 of 85 jaar:

  • Percentage 65-plussers = 100 x Aantal 65-plussers / Totale bevolking
  • Percentage 80-plussers = 100 x Aantal 80-plussers / Totale bevolking

 

Een andere maat is de grijze druk. Hierbij wordt het aantal (niet-economische actieve) ouderen gerelateerd aan de (potentieel) economisch actieve bevolking:

  • Grijze druk = 100 x Aantal 65-plussers / Aantal 20-64-jarigen

 

Uiteraard is dit een ruwe benadering. De leeftijdsgrenzen zijn arbitrair, niet iedere 20 tot 65-jarige is economisch actief en niet iedere 65-plusser is economisch inactief.

De toename van het aandeel oude ouderen (meestal 80 jaar en ouder) onder alle ouderen (van 65 jaar en ouder) wordt ook wel “dubbele vergrijzing” genoemd.

Lees meer

Ekamper, P. et al. (2003), Bevolkingsatlas van Nederland: demografische ontwikkelingen van 1850 tot heden. Rijswijk: Elmar. Bevolkingsatlas van Nederland



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken